2o. Verzamel liever weinig en dan goed, dan veel en slecht.
3o. Tracht bij gebrek aan tijd ten minste gemakkelijk te conserveeren planten bij elkaar te krijgen, zooals mossen en varens, die weinig zorg vereischen bij het conserveeren.
§ 2. Gereedschappen voor het verzamelen van planten.
Hij die weinig verzamelt kan zich met de bekende botaniseerbus behelpen. Deze heeft echter het nadeel, dat zij in den regel te klein is en slechts een beperkt aantal exemplaren kan bevatten. Zij is dus alleen te gebruiken bij zeer kleine tochten of in plantenarme gebieden. In Suriname is de botaniseerbus in den regel onbruikbaar. In de warme met waterdamp verzadigde ruimte gaan de bladeren spoedig afvallen, evenals de bloemen en vruchten; deze vermengen zich met elkaar op den bodem van de bus en geven tot de grootste verwarring aanleiding. Beter late men zich een of meer portefeuilles maken van stevig karton, van buiten en binnen met een waterdichte stof (zeildoek) bekleed, welke eenige centimeters grooter is dan het formaat van het papier dat men gebruikt. Een van deze portefeuilles gebruikt men als verzamelportefeuille, de andere wordt alleen gebruikt om er meer papier in te bergen, en moet dus door iemand anders gedragen worden. Men snijdt nu van de plant, die men verzamelen wil, een stuk af van de grootte van het papier en legt dat tusschen een van de dubbele vellen in de verzamelportefeuille. Het gemakkelijkst is deze te sluiten met een breed stuk elastiek dat overlangs de portefeuille dichthoudt. Men zorge dat de plant zoo vlak mogelijk uitgespreid wordt, zonder daaraan al te overdreven en tijdroovende zorg te besteden. Is het papier in de verzamelportefeuille gebruikt, dan kan men een deel van de planten doen overgaan in de andere. Het spreekt vanzelf dat men op kleinere tochten ook met slechts één portefeuille kan uitgaan. Voor het uitgraven van kleine planten kan men gebruik maken van een plantenschopje, waarbij men dient te zorgen, dat men het onderaardsche deel niet stukstoot of afsnijdt. Vooral bij planten met knollen en lange wortelstokken, doch ook bij parasieten, die op wortels van andere planten vastzitten is het van belang, dat het uitgraven met de meeste voorzichtigheid geschiedt.
Een goed zakmes is natuurlijk een eerste vereischte. Indien men veel van uit een boot langs de rivieroevers verzamelt kan een z.g. plantenschaar goede diensten bewijzen. Men bevestige deze op een langen stok, en trekke de schaar met een touw dicht. Gemakkelijk is het, wanneer men de stok zóó laat maken, dat men hem naar willekeur kan verlengen door van bussen voorziene verlengstukken.
Om goede exemplaren te verkrijgen, dient men nog het volgende in het oog te houden.
Kleinere kruidachtige of overblijvende planten, die niet hooger zijn dan eenige decimeters, verzamele men in hun geheel, doch met den wortel erbij.
Van hoogere kruiden of overblijvende planten, moet men in ieder geval het bovenste, bloeiende deel nemen, en verder een stuk met bladeren van het onderste deel van den stengel; van heesters of boomen zijn bloeiende of vruchtdragende takken noodig. Stukken schors, knoppen etc. kunnen erbij gevoegd worden, doch zijn niet noodzakelijk. Klimplanten verzamele men liefst met het voorwerp dat omklemd wordt, wanneer dit tenminste niet te groot is. Van planten met bijzonder groote bladeren kan in sommige omstandigheden het geheele blad opgevouwen worden, totdat het de grootte van het papier niet meer overschrijdt. Tusschen de plaatsen waar deelen van het blad elkaar raken, legt men stukken papier.
Vindt men planten die alleen bloeien, dan lette men vooral op in de nabijheid staande exemplaren of men daaraan geen vruchten kan vinden. Wanneer men in de gelegenheid is, een plaats meermalen te bezoeken, dan is het merken van een plant aan te bevelen, opdat men bij een andere gelegenheid van hetzelfde exemplaar vruchten kan verzamelen. Zooveel mogelijk verzamele men bloemen en vruchten van hetzelfde exemplaar.
Parasieten worden steeds verzameld met de plant waarop ze voorkomen.
Niet bloeiende planten (varens, mossen etc. natuurlijk uitgezonderd) moeten niet verzameld worden; zulk materiaal kan alleen eenige waarde hebben, wanneer men de volksnamen en het gebruik ervan aanteekent. Ook enkele vruchten en bloemen hebben in het algemeen geen waarde voor de wetenschap.
Bij het verzamelen moet men er verder op letten, dat alle onnoodige ballast zooveel mogelijk vermeden wordt. Dikke zoden, zooals veel bij grassen voorkomt, snijdt men door twee vertikale sneden in platte stukken, waardoor de verzamelportefeuille niet te dik wordt.
Dikke bollen, knollen of wortelstokken worden overlangs doorgesneden en beide helften in het papier gelegd. Planten die te groot zijn voor het papier en die toch volledigheidshalve niet in kleinere exemplaren verzameld kunnen worden, moeten niet in stukken gesneden worden, doch omgeknikt, zoodat de omgebogen plaatsen niet van elkaar loslaten. Van zeer stekelige planten kan een deel van de stekels verwijderd worden. Bloemen of kleine vruchten, die gemakkelijk afvallen voegt men bij de planten, waartoe ze behooren, in een enveloppe.
Is men met het materiaal aangekomen op de plaats waar men het verder kan verzorgen, dan kan men twee wegen inslaan, n.l. het materiaal kan gedroogd worden, of het kan langs de methode van Schweinfurth worden behandeld. De eerste methode voert alleen tot goede resultaten in streken met een droog klimaat; in vochtige streken, zooals in Suriname, nemen na het drogen de planten in den regel weer zooveel water op, dat ze spoedig schimmelen en alle moeite voor niets is geweest. Men kan weliswaar het schimmelen tegengaan door de planten te bestrijken met een sterke oplossing van sublimaat in alcohol, maar de voortdurende vochtigheid doet hen toch spoedig achteruitgaan. Wil men absoluut zeker zijn, dat de planten goed verzonden worden en ook in goeden staat bij den ontvanger aankomen, dan verzamele men steeds volgens de methode van Schweinfurth.
Daarvoor late men zinken bussen maken, die eenige centimeters langer en breeder zijn, dan het formaat van het papier en ± 15 cM. dik zijn. Voor een formaat van 45 × 30 cM. papier (een zeer bruikbaar formaat) is dus een blik van 47 × 32 × 15 cM. voldoende. Het blik moet open zijn op een vlak van 32 × 15 cM. en op die plaats moet de rand ter breedte van ± 1 cM. rechthoekig naar binnen omgebogen worden, zoodat men daarop den deksel, die natuurlijk 32 × 15 cM. groot is, kan vastsoldeeren.
Het materiaal, dat verzameld is tusschen papier, kan nu zonder meer uit de verzamel-portefeuille in het blik geborgen worden. In ieder blik gaan ongeveer 50 gevulde vellen papier, waarvan men eerst 2 of 3 pakjes maakt, die men met touw dichtbindt. Men schuift deze nu voorzichtig in de bus. Daarna wordt de deksel er op gesoldeerd; deze deksel is voorzien van een opening van eenige centimeters diameter, waardoor men de conserveeringsvloeistof laat binnenstroomen. Daarvoor komt sterke alcohol van 96 % in de allereerste plaats in aanmerking; voor een blik van de boven opgegeven afmetingen is 1 Liter in den regel voldoende; waren de planten erg nat, dan moet men iets meer nemen, doch zeker niet meer dan 2 Liters. Men zorge bij het doen toevloeien van den alcohol ervoor, dat men dezen zooveel mogelijk naar alle zijden laat stroomen, zoodat het papier er geheel mee gedrenkt wordt. De alcohol behoeft echter niet in vloeibaren toestand in het blik aanwezig te zijn, doch wanneer het papier er goed mee gedrenkt is, wordt schimmelen van de planten reeds geheel tegengegaan. In plaats van spiritus kan men in geval van nood ook brandspiritus, arak, brandewijn, formaline (4 %) of een karbol-oplossing nemen; van den brandspiritus, arak of brandewijn moet men echter minstens twee Liter toevoegen, daar het watergehalte van deze stoffen grooter is dan dat van sterke alcohol.
De kwaliteit van het papier, doet bij het verzamelen volgens de methode Schweinfurth weinig ter zake; het meest geschikt is gewoon grijs pakpapier van een ordinaire kwaliteit; in geval van nood kan zelfs krantenpapier gebruikt worden, maar dit heeft het bezwaar, dat het in de conserveeringsvloeistof week wordt en uiteen kan vallen, zoodat men de pakken zeer goed moet dichtbinden, en met het touw niet zuinig moet zijn.
Nadat men de alcohol bij de planten gevoegd heeft, soldeert men het gat in den deksel goed dicht.
De voorzorgen, die men te nemen heeft om bij de verzending van de bussen scheuren of deuken te voorkomen, zijn geheel afhankelijk van de dikte van het materiaal, waarvan ze vervaardigd zijn. Meestal is het niet raadzaam om ze zonder eenige beschutting te verzenden.
Wil men de blikken mee op expeditie nemen, dan is het raadzaam ze in twee grootten te laten maken, die zeer weinig van elkaar verschillen, doch zooveel dat het grootste blik als een deksel over het kleinere geschoven kan worden. Daarvoor is het wenschelijk de later naar binnen te buigen rand van dit grootste blik rechtop te zetten, zoodat men daardoor geen ruimte verliest. Deze rand wordt pas rechthoekig omgebogen, wanneer men den deksel erop gaat soldeeren. Door deze methode is men zeker, dat het papier niet nat wordt, en kan men op grootere tochten zijn voorraad gemakkelijker meenemen. Bovendien heeft het dit voordeel, dat het blik een grootere stevigheid verkrijgt en minder spoedig gedeukt wordt.